ECLI:NL:CRVB:2010:BO3409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting over woonadres
Appellant vroeg op 17 januari 2008 bijstand aan en gaf daarbij een woonadres op. Tijdens een huisbezoek en onderzoek bleek dat appellant niet beschikte over een sleutel van het opgegeven adres, geen post of persoonlijke eigendommen kon tonen en dat een deel van zijn post naar een ander adres werd gestuurd. Hierdoor werd niet aannemelijk dat appellant op het opgegeven adres woonde.
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort wees de aanvraag af wegens schending van de wettelijke inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij op het opgegeven adres woonde.
De Raad oordeelde dat de schending van de inlichtingenverplichting ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of appellant recht heeft op bijstand. Ook het beroep op zijn medische situatie en Turkse achtergrond bood geen grond voor een ander oordeel. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen wegens schending van de inlichtingenverplichting over het woonadres.