ECLI:NL:CRVB:2010:BO3267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende verlies verdiencapaciteit
Appellant, werkzaam als carrosseriebouwer, viel uit op 28 juni 2006 vanwege voet- en enkelklachten. Het UWV besloot op 15 april 2008 en handhaafde dit besluit op 11 augustus 2008 dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat het verlies van verdiencapaciteit minder dan 35% bedraagt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn medische beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat hij de geselecteerde functies niet kon vervullen.
De Raad overwoog dat de medische beoordeling van het UWV juist en voldoende onderbouwd was, mede door onderzoek en informatie van huisarts en behandelaars. Er was geen aanleiding om aan te nemen dat de geselecteerde functies ongeschikt waren voor appellant. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door R.C. Stam, in aanwezigheid van griffier M.A. van Amerongen, op 5 november 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.