ECLI:NL:CRVB:2010:BO3257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- E.E.V. Lenos
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening WAO-uitkering ondanks nieuw medisch feit feochromocytoom
Appellante verzocht het UWV om terug te komen op het besluit waarbij haar WAO-uitkering per 23 mei 2002 werd verlaagd van 80-100% naar 15-25%. Dit verzoek was gebaseerd op een in 2005-2007 vastgestelde diagnose van een feochromocytoom, waarvan werd aangenomen dat het mogelijk al meer dan dertien jaar ziekteactiviteit veroorzaakte.
Het UWV weigerde herziening omdat de psychische klachten destijds al waren beoordeeld en meegewogen in de oorspronkelijke beslissing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het feochromocytoom als nieuw feit weliswaar bestaat, maar dat dit geen aanleiding gaf tot herziening omdat de klachten en hun ernst destijds reeds waren vastgesteld.
De Raad benadrukte dat het bestuursorgaan bij herziening zich moet beperken tot de vraag of er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen. Het rapport van een endocrinoloog dat na het bestreden besluit werd ingediend, kon niet worden betrokken. De Raad wees ook het standpunt van appellante af dat het rapport van de neuroloog onvoldoende was meegenomen.
Uiteindelijk bevestigde de Raad het onaantastbare besluit van het UWV en wees het verzoek tot herziening af, waarmee de verlaging van de WAO-uitkering ongewijzigd bleef.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de verlaging van de WAO-uitkering wordt afgewezen en het oorspronkelijke besluit blijft onaantastbaar.