ECLI:NL:CRVB:2010:BO3234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ongewijzigde medische situatie
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering, toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%, per 19 november 2006 in te trekken wegens een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na een eerdere afwijzing van bezwaar en beroep bij de rechtbank, werd ook het beroep tegen het besluit van 22 februari 2008, waarin het UWV de arbeidsongeschiktheid per 22 februari 2007 onveranderd vaststelde, ongegrond verklaard.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de herbeoordeling met toepassing van het oude, soepelere Schattingsbesluit had moeten plaatsvinden en dat zijn arbeidsongeschiktheid was toegenomen tussen november 2006 en februari 2007. De Raad overwoog dat het UWV de medische situatie sinds november 2006 niet als gewijzigd beschouwde en dat de beoordeling was gebaseerd op uitgebreide rapportages van verzekeringsartsen en hoorzittingen.
Omdat appellant geen nieuwe medische verklaringen had ingediend die een verslechtering van zijn situatie aantoonden, zag de Raad geen reden om af te wijken van het primaire oordeel. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de medische situatie van appellant sinds november 2006 niet is gewijzigd.