ECLI:NL:CRVB:2010:BO3232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onduidelijke woonsituatie en terugvordering voorschotten
Appellant diende op 24 november 2006 een aanvraag om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van Maastricht. Het College wees de aanvraag op 22 februari 2007 af en vorderde de betaalde voorschotten van €150 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de woon- en leefsituatie van appellant essentieel is voor het vaststellen van het recht op bijstand. Uit een onderzoek, waaronder huisbezoeken en verklaringen van bewoners en buren, bleek dat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn feitelijke woonadres. Zo werden bij een huisbezoek geen persoonlijke spullen van appellant aangetroffen en verklaarden bewoners dat appellant niet op het opgegeven adres woonde.
De Raad volgt de rechtbank en het College in hun standpunt dat appellant in strijd met zijn inlichtingenplicht onvoldoende informatie heeft verstrekt. Het rapport van 12 februari 2007, hoewel niet op ambtseed opgemaakt, wordt als betrouwbaar beschouwd omdat de eerste verklaringen worden ondersteund door objectieve gegevens en niet betwist zijn. Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van voorschotten blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen en de terugvordering van voorschotten gehandhaafd wegens onvoldoende duidelijkheid over het woonadres.