ECLI:NL:CRVB:2010:BO3225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding ondanks anonieme tip en strafrechtelijke vrijspraak
Appellante ontving sinds 2000 bijstand als alleenstaande ouder. In 2007 kwam een anonieme tip binnen dat zij samenwoonde met haar partner, de vader van haar kind. Het College van B&W Maastricht startte een onderzoek en trok de bijstand met ingang van 1 juni 2007 in wegens schending van de inlichtingenplicht op grond van de WWB.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat er geen sprake was van een gezamenlijke huishouding omdat haar partner een eigen woning had en dat het onderzoek niet zorgvuldig was. De Raad overwoog dat het bestuursrechtelijke bewijsrecht en rechtsvraag verschillen van het strafrecht, en dat de strafrechtelijke niet-vervolging wegens gebrek aan bewijs geen doorslag gaf.
De Raad hechtte bijzondere waarde aan de verklaringen die appellante en haar partner onafhankelijk van elkaar bij de sociale recherche hadden afgelegd, waarin werd bevestigd dat de partner het merendeel van de tijd in haar woning verbleef. De Raad vond geen aanwijzingen dat deze verklaringen onder druk waren afgelegd of onjuist waren. De intrekking van de bijstand werd bevestigd omdat sprake was van een gezamenlijke huishouding in de bedoelde periode.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens gezamenlijke huishouding wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.