ECLI:NL:CRVB:2010:BO2868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten wegens niet-herbeoordeling WAO
Appellant, geboren in 1949, had een WAO-uitkering die in verband met detentie werd ingetrokken en later per 1 september 2008 werd heropend op basis van een medische en arbeidskundige beoordeling. Hij vroeg een tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten (TRI), maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit af omdat appellant niet tot de doelgroep van de TRI behoort.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat hij niet is herbeoordeeld volgens artikel 34, vierde lid, van de WAO, maar op basis van oudere criteria (1993-2004), en dat zijn leeftijd hem uitsluit van herbeoordeling volgens het aangepaste Schattingsbesluit van 2004. Appellant stelde dat er sprake was van leeftijdsdiscriminatie, maar de Raad verwierp dit argument.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet als herbeoordeelde in de zin van de TRI kan worden beschouwd en dat de leeftijdsgrenzen in de wetgeving objectief en redelijk zijn. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming op grond van de TRI omdat hij niet is herbeoordeeld volgens artikel 34, vierde lid, van de WAO.