ECLI:NL:CRVB:2010:BO2866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WW-uitkering wegens niet indienen werkbriefjes en schending informatieplicht
Appellant ontving vanaf 1 maart 2006 een loongerelateerde WW-uitkering. Na melding van pensioenontvangst per 1 januari 2008 beëindigde het UWV de uitkering, wat tot bezwaar en beroep leidde. Tijdens de procedure stuurde het UWV werkbriefjes toe voor juni en juli 2008, die appellant niet invulde en retourneerde ondanks herhaalde verzoeken.
Het UWV beëindigde daarom de uitkering per 2 juni 2008 op grond van artikel 22a, eerste lid, aanhef en onder c, van de WW wegens het niet nakomen van de informatieplicht zoals bedoeld in artikel 25 WW Pro. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het beroep op het rechtsbeginsel van exceptio non adimpleti contractus faalt, omdat het besluit niet voortkomt uit een overeenkomst maar uit wettelijke verplichtingen. De verplichting tot het invullen van werkbriefjes volgt uit artikel 25 WW Pro en het Uitkeringsreglement WW 2002. De Raad wees ook het verzoek tot schadevergoeding af en vond geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WW-uitkering wegens het niet indienen van werkbriefjes en wijst het verzoek om schadevergoeding af.