ECLI:NL:CRVB:2010:BO2863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht bij geldtransacties
Appellante ontving sinds 1997 bijstand en werd onderzocht na een fraudemelding over 141 geldtransacties naar het buitenland tussen 2002 en 2007 ter waarde van €107.372. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam herzag en trok de bijstand in over meerdere perioden vanwege schending van de inlichtingenplicht.
Appellante stelde dat zij per transactie een vergoeding van €50 ontving, maar kon deze stelling niet met controleerbare gegevens onderbouwen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellante redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de transacties invloed hadden op haar recht op bijstand en dat het niet melden hiervan een geldige grond voor intrekking vormde. Omdat appellante geen verifieerbare gegevens over de inkomsten had verstrekt, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.