ECLI:NL:CRVB:2010:BO2852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing Vakantieregeling WW bij niet-overhevelen vakantiedagen
Appellant, die sinds 23 juli 2007 een WW-uitkering ontvangt, ging in 2009 met vakantie en kreeg over vijf dagen geen WW-uitkering omdat het UWV dit zo had vastgesteld op grond van de Vakantieregeling WW. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat hij in 2008 geen vakantie had genoten en dat de niet-genoten vakantiedagen overgeheveld zouden moeten worden naar 2009. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de regeling geen mogelijkheid tot overhevelen biedt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en verwijst naar artikel 2 van Pro de Vakantieregeling WW, waarin is bepaald dat een werknemer per kalenderjaar maximaal 20 vakantiedagen met behoud van uitkering kan opnemen. Omdat de regeling geen voorziening bevat voor het overhevelen van niet-genoten vakantiedagen, is dit niet toegestaan. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid faalt omdat de regeling een algemeen verbindend voorschrift is en geen discretionaire bevoegdheid aan het UWV geeft.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en benadrukt dat afwijking van de Vakantieregeling niet mogelijk is. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat niet-genoten vakantiedagen niet kunnen worden overgeheveld naar een volgend kalenderjaar onder de Vakantieregeling WW.