ECLI:NL:CRVB:2010:BO2840
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over einddatum WW-uitkering na herleving en ziekteperiode
Appellant stelde bezwaar tegen de vaststelling van de einddatum van zijn WW-uitkering na herleving. Het UWV had de uitkeringsperiode vastgesteld op twee jaar minus drie maanden na herleving, resulterend in een einddatum van 29 juli 2010. Dit was gebaseerd op artikel 43 van Pro de Werkloosheidswet zoals die destijds luidde.
De rechtbank 's-Hertogenbosch oordeelde dat het UWV op goede gronden had besloten en stelde de einddatum vast op 29 juli 2010. Appellant voerde aan dat de eerste drie maanden waarin hij ziekengeld ontving buiten beschouwing waren gelaten, waardoor de einddatum onterecht vervroegd was.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en stelde vast dat de wijziging in situatie door ziekteperiode rechtvaardigt dat die eerste drie maanden niet meetellen voor de herlevingsduur. De Raad oordeelde dat appellant geen recht kon ontlenen aan de oorspronkelijke einddatum van 31 oktober 2010 en bevestigde het besluit van het UWV. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De einddatum van de WW-uitkering is terecht vastgesteld op 29 juli 2010, waarbij de eerste drie maanden ziekengeld buiten beschouwing zijn gelaten.