ECLI:NL:CRVB:2010:BO2747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag scootmobiel op grond van geschiktheid fiets als vervoermiddel
Appellante heeft in april 2007 een aanvraag ingediend voor twee vervoersvoorzieningen binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo): de regiotaxi en een scootmobiel. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg heeft het bezwaar tegen de afwijzing van de regiotaxi gegrond verklaard, maar het bezwaar tegen de weigering van een scootmobiel ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep tegen de weigering van de scootmobiel ongegrond verklaard, stellende dat het College zich mocht baseren op het advies van het CIZ waarin werd aangegeven dat appellante in staat is korte afstanden met een gewone fiets of een fiets met elektrische trapondersteuning te overbruggen. Appellante beschikte zelf over een fiets en een bromfiets die zij gebruikt, wat volgens de rechtbank voldoet aan het compensatiebeginsel van de Wmo.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat een fiets voor haar niet geschikt is voor bepaalde activiteiten zoals parkbezoek of winkelen en dat het besluit niet voldoende gemotiveerd is in relatie tot haar zelfredzaamheid. Ook stelde zij dat haar jarenlange kluizenaarsbestaan aanleiding zou moeten zijn voor toepassing van de hardheidsclausule. De Raad heeft deze argumenten verworpen, stellende dat de fiets met hulpmotor of brommer een geschikt vervoermiddel is voor korte afstanden en dat het kluizenaarsbestaan geen grond is voor verstrekking van een scootmobiel.
De Raad bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag voor een scootmobiel wordt afgewezen omdat een fiets met hulpmotor of brommer als geschikt vervoermiddel wordt beschouwd.