ECLI:NL:CRVB:2010:BO2740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A.J. Schaap
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslagbesluit op grond van onjuiste belangenafweging bij strafontslag ambtenaar defensie
Appellant, een burgerambtenaar bij het ministerie van Defensie, werd veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens bezit van harddrugs. Op grond van deze veroordeling werd hij ontslagen op basis van artikel 121, lid 1, sub e, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie (Bard). De minister wijzigde de grondslag van het ontslagbesluit van ernstig plichtsverzuim (artikel 99 Bard Pro) naar deze strafgrond.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslagbesluit ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het ontslag op grond van artikel 121 Bard Pro evenredig was. De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat het bestuursorgaan geen belangenafweging had gemaakt zoals vereist bij toepassing van deze discretionaire bevoegdheid. Hierdoor was het besluit niet deugdelijk gemotiveerd en werd het vernietigd voor zover het op artikel 121 Bard Pro was gebaseerd.
De Raad oordeelde verder dat het ontslag op de subsidiaire grond van ernstig plichtsverzuim terecht was opgelegd, gelet op het drugsdelict en het belang van het strenge drugsbeleid binnen Defensie. De Raad achtte het ontslag niet onevenredig, ondanks dat appellant niet meer actief werkzaam was en een reorganisatieontslag aanstaande was.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 oktober 2010.
Uitkomst: Het ontslagbesluit op grond van artikel 121 Bard wordt vernietigd wegens ontbreken van belangenafweging, maar het strafontslag op grond van ernstig plichtsverzuim blijft in stand.