ECLI:NL:CRVB:2010:BO2668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A.J. Schaap
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verplichting tijdelijk andere werkzaamheden voor ambtenaar
Appellant was werkzaam bij de gemeente Almelo in een gecombineerde functie van hoofdbrandwacht en veiligheidsinspecteur, waarbij de brandweerfunctie repressief is en gecombineerd wordt met bureaufuncties. Het college concludeerde dat appellant niet geschikt was voor de bureaufunctie en besloot hem niet langer in zijn gecombineerde functie te handhaven. Omdat er geen definitieve oplossing was, werd appellant op grond van artikel 15:1:10, tweede lid, van de CAR/UWO verplicht tijdelijk andere werkzaamheden te verrichten, namelijk uitvoerende taken bij de afdeling Stadsbeheer en Accommodatiebeheer.
Appellant maakte bezwaar tegen deze verplichting, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep stelde appellant dat de tijdelijke werkzaamheden niet recht deden aan zijn repressieve kwaliteiten en dat de duur van de verplichting te lang was. De Raad oordeelde dat het college het recht had om deze tijdelijke werkzaamheden op te leggen in het belang van de dienst, mede omdat binnen de gemeente alleen brandweerfuncties met bureaufuncties bestaan en het opleggen van een bureaufunctie niet mogelijk was.
De Raad verwierp het bezwaar dat de werkzaamheden niet passend waren en stelde dat tijdelijk opgedragen werkzaamheden in het algemeen niet snel als niet-passend kunnen worden aangemerkt. Ook de klacht over de duur van de verplichting werd afgewezen omdat dit geen onderdeel was van het bestreden besluit en appellant andere rechtsmiddelen had kunnen inzetten. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het college terecht een tijdelijke andere functie oplegde en verklaart het bezwaar ongegrond.