ECLI:NL:CRVB:2010:BO1983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering loonheffing bij brutering bijstandsuitkering
Appellante ontving bijstand en een WW-uitkering over een periode in 2006-2007. Het College verrekende de WW-uitkering met de bijstand en vorderde vervolgens de loonheffing over de periode van 10 tot en met 31 oktober 2006 terug via brutering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het College niet bevoegd was tot brutering van de loonheffing en dat het College de berekening niet correct had uitgevoerd. De Raad oordeelde dat het College wel bevoegd was tot terugvordering van de loonheffing op grond van artikel 58 WWB Pro en dat het beleid inzake brutering binnen redelijke beleidsruimte viel. De stelling van appellante dat de verrekening volgens het Burgerlijk Wetboek anders had moeten plaatsvinden, werd verworpen.
Ook het betoog dat de was-wordtberekening onjuist was, werd niet gevolgd omdat appellante geen concreet voordeel kon aantonen dat het College had behaald. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van loonheffing via brutering en wijst het hoger beroep af.