ECLI:NL:CRVB:2010:BO1753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J. Brand
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing herziening WAZ-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellant, voormalig organisatieadviseur, vroeg herziening van zijn WAZ-uitkering op grond van aanhoudende pijnklachten en vermoeidheid. Na diverse medische onderzoeken, waaronder door verzekeringsarts Melker en psychiater Van der Poel, werd vastgesteld dat er onvoldoende objectieve medische aanwijzingen zijn voor volledige arbeidsongeschiktheid of een urenbeperking.
Appellant overhandigde aanvullend rapport van arts Schuilwerve, die een lagere belastbaarheid adviseerde, maar de Raad achtte dit onvoldoende onderbouwd om af te wijken van het UWV-besluit. De Raad vond dat Melker's verwijzing naar eerdere onderzoeken en het ontbreken van een objectieve verklaring voor de klachten het niet onzorgvuldig maakte dat Melker geen zelfstandig lichamelijk onderzoek verrichtte.
De Raad concludeerde dat de medische stukken onvoldoende aanknopingspunten boden voor volledige arbeidsongeschiktheid en dat de functies die het UWV had vastgesteld medisch geschikt waren voor appellant. Een deskundigenonderzoek werd niet noodzakelijk geacht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.