ECLI:NL:CRVB:2010:BO1593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en viel uit op 17 januari 2006 wegens vermoeidheid en benauwdheid. Het UWV stelde bij besluit van 2 april 2008 vast dat zij vanaf 6 februari 2008 geen recht had op een WIA-uitkering. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep betoogde appellante dat onvoldoende rekening was gehouden met haar rugklachten, die volgens haar ook op 6 februari 2008 bestonden. Zij stelde dat zij de functies van wikkelaar en elektronicamonteur niet kon vervullen vanwege het vereiste hoge handelingstempo. De Raad overwoog dat de medische informatie geen aanwijzingen gaf voor blijvende rugklachten die extra beperkingen rechtvaardigen.
De Raad concludeerde dat de beperkingen van appellante vooral betrekking hadden op zware fysieke arbeid en niet op het snel hanteren van lichte lasten. De functies van wikkelaar en elektronicamonteur zijn medisch geschikt geacht. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen.