ECLI:NL:CRVB:2010:BO1570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering zonder dringende reden
Appellant ontving vanaf mei 2003 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het Uwv corrigeerde deze uitkering vanwege inkomsten uit arbeid en vorderde via een terugvorderingsbesluit van november 2007 een bedrag van €40.448,47 terug over de periode maart 2004 tot juni 2007.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat appellant geen concrete onderbouwing gaf dat de terugvordering tot onaanvaardbare financiële gevolgen zou leiden en het lange talmen van het Uwv geen dringende reden vormde. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt zonder nieuwe onderbouwing.
De Raad overweegt dat terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen een wettelijke verplichting is, waarbij slechts bij dringende reden kan worden afgezien. Appellant heeft geen dringende reden aangetoond. Er is rekening gehouden met beslagvrije voet en betalingsregeling. Het beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de onverschuldigde WAO-uitkering wordt bevestigd.