ECLI:NL:CRVB:2010:BO1320

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-1517 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Intrekking
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan met veroordeling in rente en proceskosten

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle inzake een WAO-zaak. Het UWV nam een nieuw besluit waarin het geheel aan de bezwaren van appellante tegemoetkwam. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente en proceskosten.

De Raad stelde vast dat het bestuursorgaan inderdaad aan de bezwaren tegemoet was gekomen, waardoor het beroep werd ingetrokken. De Raad beoordeelde vervolgens de proceskosten die in hoger beroep waren gemaakt en begrootte deze op €437,- voor verleende rechtsbijstand. Vergoeding van het griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het UWV aanvragen.

De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, verwijzend naar een eerdere uitspraak voor de berekeningswijze. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante voor de behandeling van bezwaar, beroep en hoger beroep.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

10/1517 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 28 januari 2010, 08/2215 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 13 oktober 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. L. Goudkade, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand te Amsterdam, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 21 juli 2010 een nieuw besluit op bezwaar genomen.
Bij brief van 26 juli 2010 heeft mr. Goudkade namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en tot vergoeding van de wettelijke rente.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het Uwv met het nieuwe besluit geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad wijst het verzoek van appellante toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de aan appellante verschuldigde wettelijke rente over die na te betalen uitkering dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, gepubliceerd in JB 1995, 314.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
Aangezien over de kosten gemaakt in de beroepsfase door de rechtbank al tot vergoeding van de in die procedure gemaakte kosten is besloten, staat de Raad enkel nog voor de beoordeling van de in hoger beroep gemaakte proceskosten. Deze proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 437,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht in hoger beroep kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de renteschade als in rubriek II van deze uitspraak is aangegeven;
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 437,-.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van R.L. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2010.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) R.L. Venneman.
EK