ECLI:NL:CRVB:2010:BO1319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid per 28 mei 2008
Appellant, die sinds december 1999 ziekgemeld is met klachten aan de rechterschouder, ontving een WAO-uitkering van 80 tot 100%. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) herzag deze uitkering per 6 januari 2008 naar 45 tot 55%, later verhoogd naar 55 tot 65% per 28 mei 2008 na bezwaar en aanvullend onderzoek.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening en bracht nieuwe medische informatie in, waaronder behandelingen door een orthomoleculair therapeut en anesthesioloog. De Raad oordeelt dat de bezwaarverzekeringsarts de medische beperkingen zorgvuldig heeft vastgesteld, rekening houdend met stof- en rookbelasting, bovenhands werken en specifieke bewegingen.
De Raad stelt vast dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit voldoende zijn gemotiveerd en dat de nieuwe medische gegevens geen aanleiding geven tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid per 28 mei 2008. De latere verhoging per 9 november 2008 speelt geen rol in deze beoordeling.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Utrecht wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 15 oktober 2010.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering per 28 mei 2008 wordt bevestigd met een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.