ECLI:NL:CRVB:2010:BO0451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid voor aanvang dienstverband
Appellant, werkzaam als schoonmaker sinds april 2006, vroeg een WIA-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid. Verzekeringsarts stelde vast dat appellant al sinds 1 januari 2002 volledig arbeidsongeschikt was, dus vóór het dienstverband en de verzekering.
Het UWV wees de uitkering af en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn diagnose schizofrenie pas na 2006 werd gesteld, en dat eerdere diagnoses minder ernstig waren, waardoor hij wel recht zou hebben op de uitkering.
De Raad onderschreef echter de eerdere overwegingen en rapportages van verzekeringsartsen die aangaven dat de arbeidsongeschiktheid reeds bestond vóór de verzekering. De medische keuring uit 1995 toonde geen psychische bijzonderheden. De Raad concludeerde dat het beroep niet slaagt en bevestigde het eerdere vonnis.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.