ECLI:NL:CRVB:2010:BN9982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening toeslag AOW wegens niet-naleving inlichtingenplicht
Appellant ontvangt sinds juli 2002 een AOW-pensioen met toeslag voor een gehuwde. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft de toeslag herzien omdat appellant niet tijdig had gemeld dat zijn echtgenote vanaf 1 januari 2008 een WIA-uitkering ontving. Hierdoor was de toeslag te hoog vastgesteld en heeft de Svb het teveel betaalde bedrag teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de WIA-uitkering als inkomen in verband met arbeid moet worden aangemerkt. Appellant had volgens artikel 49 AOW Pro de wijziging moeten melden, wat hij niet spontaan en tijdig heeft gedaan. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door beperkte taalvaardigheid niet goed op de hoogte was van zijn meldingsplicht, maar dit werd verworpen omdat hij hulp had kunnen inroepen.
De Raad acht het verschil tussen loon en een arbeidsongeschiktheidsuitkering wezenlijk en vindt dat appellant voldoende aanleiding had om de wijziging te melden. Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de toeslag blijft gehandhaafd. Er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de toeslag op het AOW-pensioen blijft gehandhaafd.