ECLI:NL:CRVB:2010:BN9428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W. van den Brink
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsverplichtingen en bijstandsverlaging ondanks medische beperkingen appellant
Appellant ontvangt sinds 18 november 2004 bijstand en heeft vanwege een schotwond aanvankelijk ontheffing gekregen van arbeidsverplichtingen. Een medisch advies van Arbo Unie van mei 2007 concludeerde dat appellant lichamelijke beperkingen heeft maar in staat is tot algemeen geaccepteerde arbeid, mits rekening wordt gehouden met beperkingen.
Op basis van dit advies legde het College van B&W in juni 2007 arbeidsverplichtingen op en verlaagde later de bijstand met 50% wegens onvoldoende inspanningen en recidive. Appellant betwistte dit en bracht medische stukken in, waaronder een brief van zijn chirurg, maar deze werden onvoldoende geacht om het advies van Arbo Unie te weerleggen.
De Raad oordeelt dat het medisch advies deugdelijk en inzichtelijk is en dat er geen dringende medische redenen zijn om appellant vrijstelling te verlenen. Ook de verlaging van de bijstand is terecht, aangezien appellant zijn gedragingen niet betwist en recidive aanwezig is. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de oplegging van arbeidsverplichtingen en de verlaging van bijstand wegens onvoldoende medewerking en recidive.