ECLI:NL:CRVB:2010:BN9350

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-313 WAJONG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet overschrijden medische beperkingen

Appellante heeft op 11 september 2008 een Wajong-uitkering aangevraagd, die door het UWV bij besluit van 11 november 2008 werd geweigerd. Het bezwaar tegen deze beslissing werd op 12 mei 2009 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond en oordeelde dat de verzekeringsartsen de medische beperkingen van appellante niet te gering hadden vastgesteld.

In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten een substantiële urenbeperking rechtvaardigen en verzocht zij om een onafhankelijke deskundige. Ter onderbouwing overhandigde zij een rapport van WSD in Werk van 30 juni 2010. De Raad overwoog dat dit rapport geen nieuwe medische informatie bevatte, niet gericht was op de beoordelingsdatum en voor een ander doel was opgesteld.

De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen of een onafhankelijke deskundige in te schakelen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het niet overschrijden van medische beperkingen.

Uitspraak

10/313 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 16 december 2009, 09/2450 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 1 oktober 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft P.J. Reeser, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 september 2010. Appellante is verschenen in persoon, bijgestaan door Reeser. Het Uwv was niet vertegenwoordigd.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellante heeft op 11 september 2008 een Wajong-uitkering aangevraagd. Bij besluit van 11 november 2008 heeft het Uwv geweigerd haar per 31 december 2008 (de datum waarop zij 18 jaar is geworden) een Wajong-uitkering toe te kennen.
1.2. Bij besluit op bezwaar van 12 mei 2009 heeft het Uwv het hiertegen ingediende bezwaar ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 12 mei 2009 ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsartsen bij appellante niet te geringe medische beperkingen hebben vastgesteld. Deze artsen waren op de hoogte van de klachten van appellante en de bezwaarverzekeringsarts heeft ook de door appellante overgelegde informatie van de kinderpsychiater en het GGZ bestudeerd. De rechtbank kan zich vinden in de motivering van de bezwaarverzekeringsarts inzake het ontbreken van de noodzaak van een urenbeperking. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om een onafhankelijke deskundige in te schakelen. De rechtbank is voldoende overtuigd dat de medische beperkingen van appellante in de geduide functies niet worden overschreden.
3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat het totaal van haar klachten op zijn minst moet leiden tot een substantiële urenbeperking. Zij heeft opnieuw verzocht een onafhankelijke deskundige te raadplegen. Ter ondersteuning van haar standpunt heeft zij een rapport van WSD in Werk van 30 juni 2010 overgelegd.
4.1. De Raad overweegt als volgt.
4.2. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met haar stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Met betrekking tot het door appellante in hoger beroep overgelegde rapport van WSD in Werk overweegt de Raad dat dit rapport geen medische informatie bevat die nog niet bekend was, niet ziet op de in geding zijnde datum en is geschreven voor een ander doel dan een Wajongbeoordeling. Dat in het rapport wordt geconcludeerd dat het verstandig lijkt voor appellante als start deeltijdwerk te overwegen geeft de Raad dan ook geen aanleiding tot twijfel aan het oordeel van de rechtbank. Ook de Raad ziet dus geen aanleiding voor inschakeling van een onafhankelijke deskundige.
5. Het hoger beroep slaagt niet.
6. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen als voorzitter in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2010.
(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.
(get.) R.L. Rijnen.
JL