ECLI:NL:CRVB:2010:BN8678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Loonsanctie terecht opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Assen, waarin de loonsanctie tegen de werkgever werd vernietigd. De loonsanctie hield in dat de loondoorbetalingsverplichting van 104 weken met 52 weken werd verlengd omdat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht voor een zieke werkneemster.
De werkgever had zich gebaseerd op het advies van haar bedrijfsarts dat de werkneemster geen benutbare arbeidsmogelijkheden had. Het UWV stelde echter dat dit onjuist was en dat er wel benutbare mogelijkheden waren, wat werd ondersteund door rapporten van verzekeringsartsen. De Raad concludeerde dat de werkgever te afwachtend was geweest en onvoldoende activiteiten had ondernomen, vooral met betrekking tot het tweede spoor en het ontbreken van een eerstejaarsevaluatie, een belangrijk opschudmoment volgens de beleidsregels.
De Raad benadrukte dat de verantwoordelijkheid voor re-integratie bij de werkgever ligt en dat het volgen van het bedrijfsartsadvies niet ontslaat van deze verantwoordelijkheid. De loonsanctie is daarom terecht opgelegd. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de werkgever ongegrond verklaard.
Uitkomst: De loonsanctie tegen de werkgever wordt gehandhaafd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.