ECLI:NL:CRVB:2010:BN8427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering bij klachten vermoeidheid en concentratiestoornissen door AIDS
Betrokkene, sinds 1987 WAO-gerechtigde, kreeg in 2005 een herziening van zijn uitkering waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd verlaagd. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens ondeugdelijke motivering, met name over de vermoeidheids- en concentratiestoornissen die verband houden met AIDS. Appellant, het UWV, stelde hoger beroep in en voerde aan dat betrokkene deze klachten niet eerder had gemeld.
De Raad benoemde deskundigen die de medische situatie onderzochten. Internist Hemmelder stelde dat betrokkene al vóór juli 2005 klachten had die verband hielden met AIDS, ondanks het ontbreken van expliciete melding. De rechtbank volgde deze deskundige en vernietigde het besluit. Appellant voerde aan dat deze klachten niet objectief waren vastgesteld en dat het ontbreken van melding reden was om het beroep ongegrond te verklaren.
De Raad concludeert dat betrokkene wel degelijk eerder melding heeft gemaakt van cognitieve en vermoeidheidsklachten, onder meer in brieven en medische rapporten. De Raad bevestigt daarom de vernietiging van het besluit en bepaalt dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt afgewezen en de vernietiging van het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.