ECLI:NL:CRVB:2010:BN8025
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging proceskostenveroordeling wegens familierelatie bij rechtsbijstand
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo die het beroep van betrokkene gegrond verklaarde en de appellant veroordeelde tot vergoeding van proceskosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Appellant stelde dat de rechtsbijstand door de dochter van betrokkene werd verleend, die advocaat is, maar dat deze rechtsbijstand niet beroepsmatig was omdat zij een nauwe familierelatie hadden. Betrokkene voerde aan dat de dochter als advocaat handelde en kosten in rekening bracht.
De Raad oordeelde dat de rechtsbijstand overwegend voortkwam uit de familierelatie en dat er daarom geen sprake was van beroepsmatig verleende rechtsbijstand zoals bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Raad vernietigde de proceskostenveroordeling voor de rechtsbijstand, maar veroordeelde het UWV tot vergoeding van de reiskosten. De grief over de toepassing van de tarieven was daarmee niet meer aan de orde.
De uitspraak werd gedaan door D.J. van der Vos, met griffier M.D.F. de Moor, en de beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 22 september 2010.
Uitkomst: De proceskostenveroordeling voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand wordt vernietigd wegens familierelatie; alleen reiskosten worden vergoed.