ECLI:NL:CRVB:2010:BN7838
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting over woonadres
Verzoeker, een meerderjarige vreemdeling van Chinese nationaliteit, vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af omdat verzoeker niet voldeed aan zijn inlichtingenverplichting over zijn verblijfplaats, zoals vereist in artikel 17, eerste lid, van de WWB.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing ongegrond. Verzoeker ging hiertegen in hoger beroep en vroeg tevens een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter stelde vast dat nader onderzoek niet zou bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak en dat er geen beletselen waren om direct uitspraak te doen.
Uit de stukken bleek dat verzoeker geen duidelijk woonadres kon opgeven en dat hij wisselende verblijfplaatsen had, wat de beoordeling van zijn recht op bijstand bemoeilijkte. De Raad oordeelde dat het College terecht de aanvraag had afgewezen vanwege de schending van de inlichtingenverplichting. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.