ECLI:NL:CRVB:2010:BN7797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid voor functies na medisch onderzoek UWV
Appellante stelde dat het UWV geen zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar aandoeningen bij het opstellen van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De rechtbank had eerder het besluit van het UWV vernietigd wegens onvoldoende motivatie omtrent de arbeidskundige grondslag, met name de geschiktheid voor de functies leerplichtambtenaar en chauffeur bijzonder vervoer.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de medische gegevens opnieuw beoordeeld en geoordeeld dat er geen aanwijzingen zijn dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is geweest. Tevens is vastgesteld dat er geen wettelijke verplichting bestaat om de gemachtigde van de verzekerde uit te nodigen bij het medisch onderzoek. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank over de medische beperkingen en neemt de overwegingen daarvan over.
Het UWV heeft in het nieuwe besluit van 25 februari 2010 appellante opnieuw arbeidsongeschikt bevonden voor 45 tot 55% en haar geschikt geacht voor de functies arbeidsbemiddelaar, personeelsfunctionaris, schadecorrespondent en telefonist/receptionist. De Raad acht de functies op 16 april 2008 aanwezig en passend, en wijst de beroepsgronden van appellante af. Het beroep tegen het nieuwe besluit wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit van 25 februari 2010 wordt ongegrond verklaard.