ECLI:NL:CRVB:2010:BN7693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen UWV-informatie over eerste arbeidsongeschiktheidsdag in WIA-procedure
Werkneemster was arbeidsongeschikt wegens ziekte en er ontstond een geschil over de vaststelling van haar eerste arbeidsongeschiktheidsdag in het kader van de Wet WIA. De werkgever (appellante) stuurde loongegevens aan het UWV en stelde dat zij namens werkneemster een WIA-uitkering had aangevraagd. Het UWV gaf informatie over de eerste arbeidsongeschiktheidsdag in brieven van 10 februari en 25 april 2006, welke de werkgever als afwijzing van een aanvraag beschouwde.
De werkgever maakte bezwaar tegen deze brieven, maar het UWV verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat deze brieven geen besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het bezwaar tegen het tweede besluit ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken.
De Raad oordeelde dat de brieven slechts informatieve aard hebben en niet gericht zijn op zelfstandig rechtsgevolg. Een bezwaar kan pas worden gemaakt tegen een besluit op een daadwerkelijke WIA-aanvraag. Tevens concludeerde de Raad dat de werkgever geen expliciete aanvraag heeft gedaan en dat het bezwaar tegen de informatieve brieven daarom niet ontvankelijk was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van de werkgever tegen de brieven van het UWV is niet-ontvankelijk verklaard omdat deze brieven geen besluiten zijn.