ECLI:NL:CRVB:2010:BN7660
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering wegens geen toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds 2004 arbeidsongeschikt is vanwege gewrichts- en rugklachten, vroeg in 2008 om verhoging van haar WAO-uitkering wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde dit na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en verklaarde het bezwaar ongegrond na een medisch onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts.
De rechtbank bevestigde het besluit van het UWV en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren voor een verslechtering van de arbeidsongeschiktheid. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de functionele mogelijkhedenlijst onvoldoende rekening hield met haar beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de klachten en beperkingen van appellante niet waren verslechterd ten opzichte van eerdere vaststellingen. Omdat er geen verslechtering was, mocht het UWV afzien van een arbeidskundige beoordeling. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering van appellante te verhogen wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid.