ECLI:NL:CRVB:2010:BN7648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende beperkingen in FML
Appellante ontving een volledige WAO-uitkering wegens rug- en schouderklachten en werd in 2008 medisch onderzocht. De bezwaarverzekeringsarts constateerde dat ondanks beperkingen, zoals het vermijden van bovenhands werk, appellante nog steeds bepaalde functies kon vervullen. De Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) werd aangepast met beperkingen op persoonlijk en sociaal functioneren.
De bezwaararbeidsdeskundige selecteerde vijf geschikte functies met een hoger loon dan appellante's eerdere baan als schoonmaakster. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat de functie wikkelaar te zware eisen stelde, met name qua reiken.
De Raad oordeelde dat de medische stukken onvoldoende waren om twijfel te zaaien over het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts. Ook vond de Raad dat de toelichting op de geschiktheid van de functies, inclusief het aspect reiken, voldoende was. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de beperkingen en geschiktheid van functies voldoende zijn vastgesteld.