ECLI:NL:CRVB:2010:BN7191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen arbeid
Appellant, werkzaam als agrarisch medewerker/tomatenplukker, meldde zich ziek wegens klachten aan arm, schouder en nek en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde na medisch onderzoek dat appellant vanaf 21 februari 2008 geschikt was voor zijn eigen arbeid en beëindigde de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de klachten geen aanleiding gaven het oordeel van het UWV te betwijfelen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn klachten nog steeds ernstig waren en dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar onder meer hoofdpijn en liesbreuk.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV. De medische rapportages waren overtuigend en onderbouwd, er waren geen functionele beperkingen vastgesteld die het verrichten van zijn arbeid onmogelijk maakten. Zonder nieuwe medische gegevens zag de Raad geen reden het besluit te wijzigen en bevestigde het dat appellant vanaf 21 februari 2008 geen recht meer heeft op ziekengeld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op Ziektewetuitkering vanaf 21 februari 2008.