ECLI:NL:CRVB:2010:BN7168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid ondanks pijnklachten rechterarm
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, kreeg een WAO-uitkering wegens psychische klachten. Na herbeoordeling door het UWV werd haar uitkering ingetrokken omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar belastbaarheid onjuist was vastgesteld, mede op basis van een verklaring van een plastisch chirurg over een verkeerde positie van een borstvergrotingsprothese die haar klachten zou verklaren. De Raad concludeerde echter dat de verzekeringsarts de beperkingen adequaat had vastgesteld, rekening houdend met de pijnklachten, en dat de maatgevende functie van administratief medewerkster passend was.
De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering. Er waren geen gronden voor schadevergoeding en geen redenen om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt is.