ECLI:NL:CRVB:2010:BN7150

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-4682 AOW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene Ouderdomswet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep na toekenning ouderdomspensioen AOW

Appellant heeft een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) aangevraagd, waarbij hij verklaarde in 1966 en 1967 in Nederland te hebben gewerkt. De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen. Na bezwaar handhaafde de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het besluit van 29 augustus 2008 tot weigering van het pensioen.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de procedure heeft de Svb bij besluit van 23 maart 2010 het bezwaar alsnog gegrond verklaard en het ouderdomspensioen met ingang van september 2005 toegekend, inclusief een toeslag, gebaseerd op de vaststelling dat appellant van maart 1966 tot september 1967 in Nederland werkzaam was.

De Raad constateert dat met dit besluit volledig aan de bezwaren van appellant is voldaan, waardoor appellant geen belang meer heeft bij de behandeling van het hoger beroep. Daarom verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en bepaalt dat de Svb het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar van appellant gegrond is verklaard en het pensioen is toegekend.

Uitspraak

09/4682 AOW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], Turkije (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 juli 2009, 08/4564 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 15 september 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een besluit van 23 maart 2010 aan de Raad doen toekomen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2010. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellant heeft een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) aangevraagd. Hij heeft daarbij aangegeven in 1966 en 1967 in Nederland werkzaam te zijn geweest. Deze aanvraag is afgewezen.
1.2. Bij besluit van 29 augustus 2008 heeft de Svb naar aanleiding van een verzoek van appellant geweigerd om terug te komen van de eerdere weigering van een ouderdomspensioen. Dit besluit is na bezwaar gehandhaafd.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak appellants beroep tegen de onder 1.2 genoemde beslissing op bezwaar ongegrond verklaard. Appellant is tegen deze uitspraak in hoger beroep gekomen.
3.1. Bij besluit van 23 maart 2010 heeft de Svb appellants bezwaar tegen het besluit van 29 augustus 2008 alsnog gegrond verklaard en aan appellant met ingang van september 2005 een ouderdomspensioen ter hoogte van 4% van het maximum en een toeslag toegekend. De Svb heeft daarbij overwogen dat appellant van 1 maart 1966 tot 11 september 1967 in Nederland werkzaam is geweest.
3.2. De Raad stelt vast dat met het besluit van 23 maart 2010 geheel aan appellants bezwaren is tegemoet gekomen, zodat appellant geen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn hoger beroep. De Raad zal dit hoger beroep daarom
niet-ontvankelijk verklaren.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Bepaalt dat de Svb aan appellant het in eerste aanleg en in hoger beroep betaalde griffierecht van € 149,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van R. Venneman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 september 2010.
(get.) M.M. van der Kade.
(get.) R. Venneman.
NK