ECLI:NL:CRVB:2010:BN7136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering en weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor passende arbeid
Appellant, laatstelijk heftruckchauffeur, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten na ontslag. Het UWV wees zijn aanvraag voor een WIA-uitkering af omdat hij na de wachttijd geschikt werd geacht om met passende arbeid ten minste 65% van zijn maatmaninkomen te verdienen. Na ziekmelding vanuit een WW-uitkering werd hem een Ziektewetuitkering verstrekt, maar deze werd later ingetrokken op basis van medisch onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij de medische rapporten van de bezwaarverzekeringsarts volgde en geen aanleiding zag tot nader onderzoek naar psychische klachten of medicijngebruik. In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onvolledig was en dat er onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen en medicijngebruik.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische beoordelingen inzichtelijk zijn onderbouwd en dat appellant geschikt wordt geacht voor de zittende functies die ten grondslag liggen aan de WIA-beoordeling. Er zijn geen redenen om het oordeel van de bezwaarverzekeringsartsen te betwijfelen of een deskundige in te schakelen. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de WIA-uitkering en weigering van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.