ECLI:NL:CRVB:2010:BN6697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering heropening WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds 1982 een WAO-uitkering ontving, zag deze per 1 december 1996 worden ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. In 2003 verzocht zij om herkeuring en heropening van haar uitkering op grond van vermeende toegenomen beperkingen door eczeem, gehoorverlies, spataderen en voetklachten.
Het UWV wees dit verzoek in 2007 af, stellende dat geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid en dat de klachten niet binnen vijf jaar na intrekking van de uitkering waren ontstaan, zoals vereist volgens artikel 43a van de WAO. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege een onjuiste wettelijke grondslag, maar oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was om aan de juistheid daarvan te twijfelen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat het UWV terecht had vastgesteld dat er geen relevante toename van beperkingen was. De medische rapporten van verzekeringsartsen Bakker en Koek werden als voldoende onderbouwing beschouwd. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde dat de beperkingen door spataderen en voetklachten niet tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid konden leiden omdat deze klachten buiten de vijfjaarstermijn waren ontstaan.
De Raad besloot geen proceskosten toe te kennen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarmee het beroep van appellante werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot weigering van heropening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.