ECLI:NL:CRVB:2010:BN6307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld na herstel en geschiktheid voor passende arbeid
Appellant was bedrijfsleider expeditie en viel uit wegens heupklachten. Na een WAO-uitkering en een ziekmelding in januari 2008 wegens een heupoperatie, heeft een verzekeringsarts op 29 juli 2008 vastgesteld dat appellant geschikt is voor ten minste één van de functies uit de eerdere WAO-beoordeling.
Het UWV beëindigde daarop het recht op ziekengeld per 4 augustus 2008. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen door het UWV en de rechtbank. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant voldoende hersteld was om passende arbeid te verrichten.
De Raad overwoog dat de psychische klachten niet medisch objectief waren onderbouwd en dat de hypertensie goed onder controle was. De informatie van de behandelend sector leidde niet tot een ander oordeel. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld van appellant is per 4 augustus 2008 terecht beëindigd wegens geschiktheid voor passende arbeid.