ECLI:NL:CRVB:2010:BN6029

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-6670 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21a BeroepswetArt. 8:75 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling bestuursorgaan in proceskosten na intrekking hoger beroep

De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht. Vervolgens heeft appellant het hoger beroep ingetrokken. Betrokkene heeft daarop verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten die redelijkerwijs zijn gemaakt in verband met de behandeling van het hoger beroep.

De Centrale Raad van Beroep heeft, met toestemming van partijen en zonder zitting, het verzoek behandeld. Op grond van artikel 21a van de Beroepswet en artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht oordeelt de Raad dat appellant in de proceskosten moet worden veroordeeld. De kosten zijn begroot op € 322,- voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De Raad stelt vast dat de declaraties betrekking hebben op normale kosten van professionele rechtsbijstand en dat de proceskosten in hoger beroep en het reeds betaalde griffierecht op grond van de eerdere uitspraak reeds zijn vergoed. De uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven.

Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van € 322,- aan proceskosten aan betrokkene.

Uitspraak

08/6670 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 16 oktober 2008, 08/854 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene),
en
appellant
Datum uitspraak: 3 september 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 17 juni 2010 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Bij brief van 22 juni 2010 heeft ing. J. Florisson, registerarbeidsdeskundige te Gouda, namens betrokkene aan de Raad verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens betrokkene een verzoek om veroordeling van appellant in de proceskosten van betrokkene is gedaan.
De Raad ziet aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 322,- voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Wat betreft de vordering van de bij het formulier proceskosten gevoegde declaraties stelt de Raad vast, dat deze declaraties betrekking hebben op de normale kosten van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Deze kosten vallen onder het Bpb en worden dan ook, zoals in voornoemde alinea is aangegeven, volgens dit besluit vergoed.
De proceskosten in de procedure in beroep alsmede het in eerste aanleg betaalde griffierecht dienen reeds op grond van de aangevallen uitspraak te worden vergoed.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 322,-.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 september 2010.
(get.) M.M. van der Kade.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
KR