ECLI:NL:CRVB:2010:BN5839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid ondanks medische klachten
Appellante, werkzaam als productiemedewerkster, meldde zich ziek met diverse klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en wees de uitkering af. Appellante bracht nieuwe medische informatie in, waaronder rapporten van haar neuroloog en orthopedisch chirurg, maar het UWV handhaafde het besluit omdat deze informatie geen nieuwe feiten of omstandigheden vormde die tot herziening noodzaakten.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de Awb, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bezwaar tegen het besluit van 5 februari 2007 buiten de termijn was ingediend en niet verschoonbaar was, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard.
De Raad bevestigde dat de nieuwe medische informatie geen aanleiding gaf tot herziening van het besluit en dat de mate van arbeidsongeschiktheid onder de 35% bleef. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten en moest het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 4:6 Awb Pro en de zorgvuldigheid van het UWV in het beoordelingsproces.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.