ECLI:NL:CRVB:2010:BN5823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, een restaurantmedewerker, vroeg op 5 februari 2008 een WIA-uitkering aan, die op 29 april 2008 werd geweigerd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid (minder dan 35%). Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het besluit bevestigde, ging appellant in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad onderzocht het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, uitgevoerd door arts Van Luntesburg en later beoordeeld door bezwaarverzekeringsarts Blanker. Deze artsen concludeerden dat appellant beperkt was tot licht fysieke arbeid en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, ondanks dat appellant niet bij de hoorzitting aanwezig was. De Raad vond geen reden om het medisch oordeel te betwijfelen.
Appellant voerde aan dat hij ernstige psychische klachten had en onvoldoende kennis van de Nederlandse taal om de geduide functies uit te oefenen. De Raad oordeelde echter dat schriftelijke beheersing van de Nederlandse taal geen essentieel vereiste was voor de functies en dat appellant voldoende bekwaamheden bezat. Ook het opleidingsniveau werd correct ingeschat.
Op grond van deze overwegingen bevestigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.