ECLI:NL:CRVB:2010:BN5818

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-1708 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing schadevergoeding en proceskosten na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht inzake een UWV-besluit. Tijdens de procedure nam het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar waarin het geheel aan de bezwaren van appellant tegemoetkwam. Hierop trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.

De Raad overwoog dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de bezwaren kan worden veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten. De Raad stelde vast dat het UWV inderdaad geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen met de nieuwe beslissing.

De Raad wees het verzoek toe om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, verwijzend naar een eerdere uitspraak voor de wijze van berekening. Omdat de rechtbank al in eerste aanleg proceskosten had toegewezen en appellant daartegen geen hoger beroep had ingesteld, beoordeelde de Raad alleen de in hoger beroep gemaakte kosten en begrootte deze op €655,50.

De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de schade en de proceskosten zoals aangegeven en deed dit in een openbare uitspraak op 1 september 2010.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming aan bezwaren.

Uitspraak

10/1708 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 12 februari 2010, 08/1315 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 1 september 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. S. Boens, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 15 juni 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 28 juni 2010 heeft mr. Boens namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en de wettelijke rente.
Het Uwv heeft op 13 juli 2010 een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 15 juni 2010 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad wijst het verzoek van appellant toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de aan appellant verschuldigde wettelijke rente over die na te betalen uitkering dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, gepubliceerd in JB 1995, 314.
Aangezien de rechtbank al een veroordeling in de proceskosten in eerste aanleg heeft uitgesproken en hiertegen door appellant geen hoger beroep is ingesteld staat de Raad nog slechts ter beoordeling de in hoger beroep gemaakte kosten. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 655,50 voor verleende rechtsbijstand.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de schade als in rubriek II van deze uitspraak is aangegeven;
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 655,50.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 september 2010.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) M. Mostert.
IvR