ECLI:NL:CRVB:2010:BN2791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AWW-uitkering wegens rechtsgeldig huwelijk zonder nieuwe feiten
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de intrekking van haar AWW-uitkering door de Sociale verzekeringsbank (Svb), die was gebaseerd op een huwelijk gesloten op 27 december 1993 in Egypte. De Svb trok de uitkering in 1996 in, waarna eerdere procedures leidden tot bevestiging van het besluit op grond van het bestaan van het huwelijk.
In het onderhavige hoger beroep stelde appellante dat het huwelijk niet bestond en dat het besluit op onjuiste feiten berustte, mede omdat de Svb geen huwelijksakte van 27 december 1994 had. De Raad constateerde echter dat sprake was van een kennelijke verschrijving in de datum, die reeds in 1997 was hersteld, en dat de huwelijksakte van 27 december 1993 wel tot de gedingstukken behoorde.
De Raad overwoog dat de Svb bevoegd is om terug te komen op besluiten bij nieuwe feiten of omstandigheden, maar dat dit niet het geval is. Het beleid van de Svb om terug te komen op onjuiste besluiten bij fouten van de Svb werd niet geschonden. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Daarnaast wees de Raad het verzoek van de Svb af om appellante te veroordelen in de proceskosten, omdat geen sprake was van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de AWW-uitkering bevestigd.