ECLI:NL:CRVB:2010:BN2785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens niet-verzekerde jaren door verblijf buiten Nederland
Appellant, geboren in 1941, vroeg een AOW-pensioen aan waarbij een korting van 84% werd toegepast vanwege 42 niet-verzekerde jaren, voornamelijk omdat hij voor 1957 en daarna in Suriname en Curaçao woonde. De Sociale verzekeringsbank (Svb) oordeelde terecht dat appellant niet als verzekerde kon worden aangemerkt voor deze periodes.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het beroep op het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel af, mede omdat pensioenoverzichten van het ABP geen rechten verschaffen tegenover de Svb. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij pas in 2007 op de hoogte werd gesteld van de voorwaarden en dat hij door onjuiste informatie van het ABP in 2002 financieel nadeel leed.
De Raad volgde appellant niet en benadrukte dat de wettelijke voorwaarden onverminderd gelden, ongeacht het tijdstip van kennisname. Ook stelde de Raad dat het ABP geen bevoegdheid heeft om namens de Svb toezeggingen te doen over AOW-pensioen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op het AOW-pensioen wegens niet-verzekerde jaren en wijst het hoger beroep af.