ECLI:NL:CRVB:2010:BN2774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken dubbele huishouding en onderhoudsbijdrage
Appellant verzocht kinderbijslag over het vierde kwartaal van 2004, het eerste kwartaal van 2005 en het derde kwartaal van 2006 voor zijn kinderen die in Turkije wonen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde deze toeslag omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij een dubbele huishouding voerde of de kinderen in belangrijke mate financieel ondersteunde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigeringen ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de Svb onvoldoende onderzoek had gedaan naar de dubbele huishouding en dat hij wel degelijk voldeed aan de onderhoudseis via geldopnames met bankpassen.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij gedurende de relevante perioden een dubbele huishouding voerde. Verder was niet gebleken dat de opgenomen bedragen met bankpassen voldeden aan de minimale onderhoudsbijdrage van €386 per kwartaal per kind. Ook ontbrak bewijs van een vast patroon van betalingen voorafgaand aan eventuele verblijven in Turkije.
Daarom bevestigde de Raad de eerdere uitspraken en verklaarde de weigering van kinderbijslag terecht. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 juli 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens het ontbreken van een dubbele huishouding en onvoldoende onderhoudsbijdrage.