ECLI:NL:CRVB:2010:BN2714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs schending inlichtingenplicht
Appellante ontving sinds februari 2006 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een fraudesignaal dat zij als prostituee werkzaam zou zijn in een privéclub, voerde het College een onderzoek uit en trok bij besluit van 10 mei 2007 de bijstand met ingang van 1 april 2007 in.
Het College baseerde het besluit op het standpunt dat appellante de inlichtingenplicht had geschonden door niet te melden dat zij werkzaamheden in de club verrichtte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelt de Centrale Raad van Beroep vast dat de onderzoeksgegevens onvoldoende feitelijke grondslag bieden voor het oordeel dat appellante in de relevante periode de inlichtingenplicht heeft geschonden.
De Raad oordeelt dat uit verklaringen niet kan worden afgeleid dat appellante in de periode van 1 april tot 10 mei 2007 werkzaamheden in de club heeft verricht. Daarom was het College niet bevoegd de bijstand met ingang van 1 april 2007 in te trekken. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het College, herroept het intrekkingsbesluit en veroordeelt het College in de kosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en herroepen wegens onvoldoende feitelijke grondslag voor schending van de inlichtingenplicht.