ECLI:NL:CRVB:2010:BN2675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemeld vermogen
Appellante ontving vanaf 1999 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een tip over niet gemeld vermogen in de vorm van een auto en werkzaamheden als huishoudelijke hulp, stelde de gemeente Zoetermeer een onderzoek in. Dit leidde tot een besluit van 2 februari 2005 tot intrekking van bijstand vanaf 12 mei 2000 en terugvordering van €30.072,59 wegens het overschrijden van de vrijlatingsgrens.
Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en ging in beroep bij de rechtbank, die het besluit eveneens bevestigde. De Raad vernietigde echter het vonnis van de rechtbank voor de periode van 1 september 2003 tot 5 oktober 2003 wegens een ondeugdelijke grondslag. Voor de periode daarvoor oordeelde de Raad dat het College terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd.
In hoger beroep stond alleen de juistheid van het terugvorderingsbedrag centraal. De Raad stelde vast dat dit bedrag niet was aangevochten, waardoor het hoger beroep niet kon slagen. Ook was er geen sprake van het missen van een bezwaarprocedure, omdat het College een beslissing op bezwaar had genomen conform de opdracht van de Raad.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het besluit van 26 januari 2009 waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard en het terugvorderingsbedrag werd vastgesteld op €28.509,99. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het terugvorderingsbedrag bevestigd.