ECLI:NL:CRVB:2010:BN2414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bestuursrechtelijke procedure
Betrokkene verzocht de Centrale Raad van Beroep om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in een bestuursrechtelijke procedure tegen het UWV. De procedure had een totale duur van ruim zes jaar, waarbij de rechtbankfase en de hogerberoepsfase afzonderlijk werden beoordeeld.
De Raad stelde vast dat de overschrijding van de redelijke termijn grotendeels toe te rekenen was aan het UWV en de Staat, maar dat de lange duur na de bodemuitspraak mede veroorzaakt werd door het gedrag van betrokkene en diens gemachtigde, die in afwachting waren van overleg met de wederpartij. Deze periode werd daarom voor rekening van betrokkene gebracht.
De Raad oordeelde dat er geen aanleiding was om de Staat te veroordelen tot schadevergoeding. Ook werden geen proceskosten aan betrokkene toegekend. De uitspraak bevestigt de toepassing van criteria uit het EVRM en eerdere jurisprudentie omtrent de beoordeling van overschrijding van redelijke termijnen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.