ECLI:NL:CRVB:2010:BN2328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige verzekeringsgeneeskundige beoordeling
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid per 20 en 22 februari 2007 heeft vastgesteld op respectievelijk 15-25% en 25-35%. De rechtbank heeft deze besluiten bevestigd, waarbij is geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de functionele mogelijkheden van appellant juist zijn vastgesteld.
Appellant voerde aan dat hij op genoemde data volledig arbeidsongeschikt was, onderbouwd met verklaringen van zijn huisarts en rapporten van Psychosofia. De Raad heeft deze stellingen onderzocht en geoordeeld dat de medische beperkingen niet zodanig waren dat de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid onjuist was. De opname van appellant in februari 2008 wegens suïcidaliteit werd als niet relevant voor de medische situatie op de data in geschil beschouwd.
De Raad sluit zich aan bij de eerdere oordelen en benadrukt dat de verzekeringsgeneeskundige rapporten consistent en zorgvuldig zijn, dat de diagnose dysthyme stoornis onbetwist is, en dat de belastbaarheid in de geduide functies niet wordt overschreden. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraken worden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraken en wijst het hoger beroep af, waarmee de herziening van de WAO-uitkering wordt gehandhaafd.