ECLI:NL:CRVB:2010:BN2198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving sinds 2001 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2007 trok het UWV de uitkering in, omdat de arbeidsongeschiktheid volgens hun beoordeling onvoldoende was onderbouwd. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat de medische beperkingen en psychische klachten van appellant voldoende waren meegewogen en dat de diagnose van een depressie door de huisarts onvoldoende onderbouwd was om de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) aan te passen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank ten onrechte de medische informatie van een door hem ingeschakelde arts en een sociaal psychiatrisch verpleegkundige had genegeerd en dat een onafhankelijke deskundige benoemd had moeten worden. De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts in zijn rapport voldoende had gemotiveerd waarom de stellingen van appellant niet juist waren en dat de ingebrachte medische informatie geen nieuwe gezichtspunten bood. De Raad zag geen aanleiding tot het inschakelen van een onafhankelijke deskundige.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep. Tevens wees de Raad een proceskostenveroordeling af en wees het verzoek om schadevergoeding af omdat het bestreden besluit in stand bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.